ECLI:NL:RBROT:2012:BX3785
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- W.J.J. Wetzels
- L.A.C. van Nifterick
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens gebrek aan vooringenomenheid
In deze strafzaak diende een wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris die belast was met de behandeling van de zaak. De wraking werd ingesteld nadat de rechter-commissaris had besloten een getuige achter een scherm te horen, zonder de verdediging vooraf te raadplegen of het besluit te herzien ondanks verzoeken daartoe. De verdediging stelde dat hierdoor het ondervragingsrecht en de verdedigingsrechten ernstig werden beperkt.
De rechter-commissaris had op verzoek van het openbaar ministerie besloten tot deze maatregel, omdat dit de meest pragmatische oplossing was om het verhoor door te laten gaan. Alternatieven zoals grimeren of het dragen van een pruik waren niet tijdig te regelen. De maatregel was een ordemaatregel en werd niet gezien als teken van vooringenomenheid. De rechter-commissaris stelde dat het verhoor zich beperkte tot herkenning van de verdachte door de getuige, waarbij het zien van de ogen niet noodzakelijk was.
De wrakingskamer oordeelde dat een voor een partij onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking is. Er waren geen uitzonderlijke omstandigheden of zwaarwegende aanwijzingen dat de rechter-commissaris vooringenomen was. Het feit dat de verdediging niet vooraf betrokken was bij de beslissing en dat de getuige achter een scherm werd gehoord, rechtvaardigde geen objectief gegronde vrees voor vooringenomenheid.
Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 7 augustus 2012.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.