ECLI:NL:RBROT:2012:BX4000
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag statutair directeur wegens kennelijk onredelijke opzegging en pensioenkwestie
De rechtbank Rotterdam behandelde twee gevoegde civiele zaken betreffende het ontslag van een statutair directeur en de afwikkeling van zijn pensioenregeling. De directeur werd op 23 december 2010 opgezegd met een opzegtermijn van drie maanden, gevolgd door een ontslag op staande voet op 7 april 2011, dat de rechtbank nietig verklaarde wegens het ontbreken van een dringende reden. De arbeidsovereenkomst werd derhalve geacht te eindigen per 1 mei 2011.
De rechtbank oordeelde dat de eerste opzegging niet onregelmatig was, ondanks een contractuele afwijking in de opzegtermijn, omdat de werknemer geen beroep deed op vernietiging daarvan. Wel werd het ontslag op grond van het gevolgencriterium als kennelijk onredelijk beoordeeld, mede gelet op de leeftijd, lange dienstverband en de ontoereikendheid van de geboden vergoeding van €110.000. De schadevergoeding werd vastgesteld op €288.170 bruto, exclusief bonusuitkeringen.
Ten aanzien van de pensioenkwestie stelde de rechtbank vast dat de tweede pensioenovereenkomst uit 2004 de eerste niet wijzigde, maar slechts aanpaste aan de Wet Witteveen. De werkgever werd veroordeeld tot nakoming en affinanciering van de pensioenregeling conform de eerste overeenkomst, inclusief de waardeoverdracht van de AXA-polis naar de ASR-polis. Diverse overige vorderingen, waaronder terugvordering van bonussen en incassokosten, werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of bewijs.
Uitkomst: Ontslag op staande voet nietig verklaard, schadevergoeding toegekend en pensioenregeling conform eerste overeenkomst nagekomen.