ECLI:NL:RBROT:2013:10271
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van procesrecht bij Wob-verzoeken inzake verkeersboete
Eiseres kreeg een sanctie opgelegd vanwege een verkeersovertreding en diende meerdere Wob-verzoeken in om documenten over deze sanctie op te vragen. Haar gemachtigde, gespecialiseerd in het bijstaan van ontvangers van verkeersboetes, verzond honderden gestandaardiseerde Wob-verzoeken, ingebrekestellingen en dwangsomverzoeken namens meer dan 100 cliënten. Dit leidde tot vertragingen bij verweerder.
De rechtbank overwoog dat bevoegdheden om Wob-verzoeken in te dienen en bezwaar te maken kunnen worden misbruikt wanneer zij uitsluitend worden gebruikt om de afhandeling te frustreren en dwangsommen te incasseren. De rechtbank stelde vast dat de gemachtigde van eiseres ontwrichtend gedrag vertoonde door herhaaldelijk identieke verzoeken in te dienen, soms zonder juiste kenmerken en met verkeerde postbusnummers.
Gezien de aard en omvang van de correspondentie concludeerde de rechtbank dat sprake was van misbruik van procesrecht. Dit leidde tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van procesrecht.