Eiseres, eigenaresse van een café, werd door de minister van Volksgezondheid een boete van €2400 opgelegd wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. Tijdens een inspectie op 17 november 2011 constateerden controleambtenaren dat er in het café werd gerookt en dat een barmedewerkster aan tabaksrook werd blootgesteld, ondanks de aanwezigheid van rookruimtes zonder deuren.
Eiseres voerde aan dat de rookruimtes voorzien waren van afzuiginstallaties en dat buiten deze ruimtes niet werd gerookt, en betwistte de juistheid van het proces-verbaal. De rechtbank oordeelde dat het bewijs op basis van organoleptisch onderzoek (ruiken van rook) betrouwbaar is en dat de waarnemingen in het proces-verbaal als juist kunnen worden aangenomen. Het ontbreken van namen van controleambtenaren in het proces-verbaal deed hieraan niet af.
De rechtbank stelde vast dat eiseres recidivepleegde met eerdere boetes voor soortgelijke overtredingen en dat de hoogte van de boete in overeenstemming is met het gefixeerde boetebedrag in de Tabakswet. Verzoeken tot matiging van de boete werden afgewezen, omdat geen uitzonderlijke omstandigheden waren gebleken. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.