Eiseres, met diverse lichamelijke klachten, verzocht om uitbreiding van huishoudelijke hulp onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Verweerder kende aanvankelijk 270 minuten per week toe, later gecorrigeerd naar 285 minuten. Eiseres stelde dat de Verordening maatschappelijke ondersteuning Rotterdam 2011 onverbindend was omdat essentiële onderdelen in beleidsregels waren uitgewerkt, wat volgens haar niet toegestaan is.
De rechtbank oordeelde dat de Verordening wel de essentialia van het voorzieningenpakket bevat en dat nadere regels in beleidsregels zijn toegestaan. Ook stelde de rechtbank vast dat de normtijden in de beleidsregels geen zelfstandige normstelling zijn en dat verweerder bevoegd is deze beleidsregels vast te stellen. De rechtbank verwierp de bezwaren van eiseres tegen de normtijden en de beschikbaarheid van voorliggende voorzieningen zoals maaltijd- en boodschappenservice.
Wel oordeelde de rechtbank dat de indicatie ten onrechte met ingang van 17 augustus 2012 was vastgesteld in plaats van de datum van het indicatiebesluit, 10 augustus 2012. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de ingangsdatum van de indicatie vastgesteld op 10 augustus 2012. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.