ECLI:NL:CRVB:2010:BO7133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling delegatie bevoegdheid en hoogte vervoerskostenvergoeding onder de Wmo
Appellante verzocht het College om een verhoging van de vervoerskostenvergoeding onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), verwijzend naar een hogere norm die het UWV hanteert. Het College kende een vergoeding toe van €597 voor 2007, gebaseerd op eigen regels, hetgeen door appellante werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de delegatie van de vaststelling van de vergoeding aan het College toelaatbaar is en dat de vergoeding voldoende is.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de gemeenteraad de essentialia van het voorzieningenpakket moet vaststellen, maar dat de hoogte van de financiële tegemoetkomingen binnen de grenzen van de verordening aan het College kan worden gedelegeerd. De Raad stelt dat het College de vergoeding moet vaststellen in algemeen verbindende voorschriften, niet in beleidsregels, maar constateert dat de Nadere regels niet rechtsgeldig zijn bekendgemaakt en dus onverbindend zijn.
Desondanks volgt de Raad dat het College de vaste gedragslijn heeft gevolgd en dat de vergoeding van circa €0,30 per kilometer een redelijke compensatie vormt voor de gemiddelde kosten van vervoer over 2000 kilometer. De Raad wijst erop dat niet de volledige afschrijving van de auto is meegenomen, maar dat dit niet leidt tot een onjuiste invulling van de compensatieplicht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van circa €0,30 per kilometer is voldoende.