ECLI:NL:RBROT:2013:9676
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Damsteegt
- L.A.C. van Nifterick
- J.L.S.M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning bemiddelen wegens twijfel aan betrouwbaarheid beleidsbepaler
De rechtbank Rotterdam heeft op 12 december 2013 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) de vergunning van een besloten vennootschap voor bemiddelen in financiële producten heeft ingetrokken. De intrekking was gebaseerd op het oordeel dat de betrouwbaarheid van de enige beleidsbepaler en feitelijk leidinggever van de vennootschap niet langer buiten twijfel stond.
De AFM had eerder bestuurlijke boetes opgelegd aan de vennootschap en aan een aan haar gelieerde entiteit wegens overtredingen van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Daarnaast speelde een strafrechtelijke veroordeling van de beleidsbepaler wegens aanranding mee in de beoordeling. De rechtbank oordeelde dat AFM terecht deze antecedenten in haar beoordeling had betrokken en dat de combinatie van feiten en omstandigheden voldoende aanleiding gaf tot twijfel aan de betrouwbaarheid.
De vennootschap voerde aan dat AFM niet alle relevante feiten had meegewogen, dat er sprake was van een onjuiste belangenafweging en dat de bestuursrechtelijke boetes onterecht waren. Deze bezwaren werden door de rechtbank verworpen. Ook werd geoordeeld dat het niet melden van civielrechtelijke geschillen met verzekeraars als incidenten kon worden aangemerkt en dat AFM terecht tot intrekking van de vergunning was overgegaan.
De rechtbank concludeerde dat de intrekking van de vergunning gerechtvaardigd was en wees het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak bevestigt het belang van integriteit en betrouwbaarheid van beleidsbepalers in de financiële sector en onderstreept de ruime beoordelingsvrijheid van de toezichthouder bij het handhaven van deze normen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.