ECLI:NL:RBROT:2013:BZ3221
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor overtreding rookverbod in horeca bevestigd ondanks gelijkheidsbeginsel
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een vennootschap tegen een bestuurlijke boete van €1.200 wegens overtreding van het rookverbod in de horeca. De boete was opgelegd na een inspectie waarbij werd vastgesteld dat een barmedewerkster werd blootgesteld aan tabaksrook. De vennootschap voerde aan dat in de regio Bergen op Zoom op grote schaal niet werd gehandhaafd en dat zij daardoor werd benadeeld, wat een beroep op het gelijkheidsbeginsel rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom alleen tegen de vennootschap was gehandhaafd, waardoor het besluit niet voldeed aan het motiveringsbeginsel. De rechtbank stelde echter ook vast dat de toezichthouders steekproefsgewijs te werk gingen en dat hercontroles bij eerder overtreders vaker voorkwamen, wat niet per se strijdig is met het gelijkheidsbeginsel mits er voldoende controles plaatsvinden bij andere horecagelegenheden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand, waardoor de boete bleef gelden. Er was geen aanleiding tot matiging van de boete. De vennootschap kreeg het betaalde griffierecht vergoed. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, het besluit is vernietigd maar de boete blijft in stand.