ECLI:NL:RBROT:2014:8372
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boetes wegens overtreding rookverbod in horeca ondanks betwisting en matigingsverzoek
Eiseres, exploitant van een horecagelegenheid, werd door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beboet wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. Op 22 maart 2013 en 14 juni 2013 werden tijdens inspecties door de NVWA overtredingen vastgesteld waarbij werknemers werden blootgesteld aan tabaksrook in een rookruimte. Eiseres betwistte dat haar medewerkers werkzaamheden in de rookruimte verrichtten en voerde aan dat de boetes onterecht en disproportioneel waren.
De rechtbank oordeelde dat uit de inspectierapporten en verklaringen blijkt dat medewerkers wel degelijk werkzaamheden in de rookruimte verrichtten en dat de overtredingen daarmee vaststaan. De rechtbank verwierp het betoog dat de deur die openstond geen rookhinder veroorzaakte en bevestigde dat de werkgever een resultaatsverplichting heeft om werknemers te beschermen tegen rookoverlast.
Verder werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vermeende disproportionele aantal controles onvoldoende onderbouwd geacht. De rechtbank vond de motivering van de boeteoplegging en de matiging vanwege financiële situatie passend en zag geen reden voor verdere vermindering.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de opgelegde boetes gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De beroepen tegen de bestuurlijke boetes wegens overtreding van het rookverbod worden ongegrond verklaard en de boetes worden gehandhaafd.