ECLI:NL:RBROT:2013:CA0004
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid rekeninghouders en bestuurders voor fraude in kredietrelatie met bank
De Bank vordert betaling van ruim €4,2 miljoen van [gedaagden], bestaande uit [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3], wegens frauduleuze incassohandelingen waarbij incasso-opdrachten werden aangeboden op een rekening van [Bedrijf 2] die onvoldoende saldo vertoonde, waardoor een grote debetstand ontstond. De Bank stelt dat de fraude is gepleegd door het aanbieden van incassobatches die later werden gestorneerd, terwijl de bedragen al waren doorgeboekt en opgenomen.
[gedaagden] betwisten de fraude, de toepasselijkheid van de Algemene Bankvoorwaarden en voeren aan dat de incasso-opdrachten werden uitgevoerd door een geautomatiseerd programma zonder directe bemoeienis van [Gedaagde sub 3]. De rechtbank oordeelt dat de fraude is komen vast te staan, mede door het ontbreken van een reële handelsrelatie tussen [gedaagde sub 1] en [Bedrijf 2], het niet verstrekken van inzicht in de besteding van gelden en het nalaten van waarschuwing aan de Bank.
De rechtbank stelt vast dat alle drie de gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld en hoofdelijk aansprakelijk zijn. De Bank wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en rente, en [gedaagden] worden verplicht om binnen 14 dagen een gedetailleerde opgave van hun inkomsten en vermogenspositie te verstrekken. Daarnaast worden pandrechten gevestigd en worden de proceskosten aan de zijde van de Bank toegewezen. De vorderingen van [gedaagden] tot voortzetting van de bankrelatie en opheffing van beslagen worden afgewezen.
Uitkomst: Rekeninghouders en bestuurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van ruim €4,2 miljoen wegens onrechtmatige daad en moeten opgave doen van hun vermogenspositie.