Eiseres stelde dat zij schade had geleden door een onrechtmatig aanwijzingsbesluit van verweerster, De Nederlandsche Bank (DNB), dat haar dwong haar goudportefeuille af te bouwen. De rechtbank bevestigde dat het besluit onrechtmatig was en dat eiseres daardoor schade had geleden.
De rechtbank beoordeelde de omvang van de schade aan de hand van het door eiseres gehanteerde dashboardmodel, waarin werd vastgesteld dat eiseres het goud in drie fasen zou hebben verkocht: 20% in fase 6 (20 april 2011), 30% in fase 7 (22 juli 2011) en 50% in fase 8 (8 augustus 2011). Dit leidde tot een schadebedrag van €4.821.966,- na aftrek van opbrengsten en kosten.
Eiseres vorderde ook vergoeding van interne en externe kosten, maar de rechtbank wees deze af omdat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking kwamen volgens de toepasselijke wettelijke regelingen. Verweerster werd tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.217,50.
De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding toe voor de goudschade en veroordeelde verweerster tot betaling van wettelijke rente vanaf de tenuitvoerlegging van het vonnis tot volledige voldoening. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.