Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2014 in de zaken tussen
HSA Beheer N.V., te Rotterdam, eiseressen 3,
Rechtbank Rotterdam
De minister van Economische Zaken heeft op 2 januari 2013 vergunningen verleend voor het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van openbare elektronische communicatiediensten, waaronder in de 900 MHz-band. Spoorwegvervoerders, waaronder KombiRail Europe B.V. en NS Reizigers B.V., stelden dat zij rechtstreeks belanghebbenden waren en maakten bezwaar tegen deze vergunningen. Verweerder verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat de spoorwegvervoerders slechts een afgeleid belang zouden hebben via hun contractuele relatie met ProRail, de vergunninghouder voor GSM-R.
De rechtbank overwoog dat het belang van eiseressen niet rechtstreeks door de besluiten werd geraakt, omdat de gevolgen van de vergunningen voortvloeien uit hun contractuele relatie met ProRail. De verplichting tot gebruik van GSM-R vloeit niet voort uit algemeen verbindende voorschriften, maar uit private overeenkomsten. Ook de gestelde eigendomsbelangen leiden niet tot een rechtstreeks belang, aangezien de vergunningen geen beperkingen opleggen aan het gebruik van spoorwegmaterieel.
De rechtbank concludeerde dat eiseressen niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt en verklaarde hun beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De beroepen van spoorwegvervoerders worden ongegrond verklaard omdat zij geen rechtstreeks belanghebbenden zijn bij de vergunningen.