ECLI:NL:CBB:2012:BV5176
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van belanghebbendheid bij vergunning OV-terminal Breda
In deze zaak staat centraal of Schenker Rail Nederland N.V. als belanghebbende kan worden aangemerkt bij het besluit van de minister van Infrastructuur en Milieu om een vergunning te verlenen aan NS Poort voor het OV-terminal Complex te Breda.
Schenker vervoert gevaarlijke stoffen over het spoor via een toegangsovereenkomst met ProRail. De minister verleende op 28 mei 2008 de vergunning aan NS Poort, waarna Schenker bezwaar maakte dat door de minister niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belanghebbendheid. De rechtbank Utrecht oordeelde anders en verklaarde het beroep van Schenker gegrond, maar het College vernietigt deze uitspraak.
Het College stelt dat Schenker slechts een afgeleid belang heeft omdat de gevolgen van het besluit via de toegangsovereenkomst met ProRail tot stand komen. ProRail behartigt de belangen van Schenker niet rechtstreeks bij de vergunningverlening. Daarom is het belang van Schenker niet rechtstreeks bij het besluit betrokken en is zij geen belanghebbende in de zin van de Awb.
Het hoger beroep van de minister en NS Poort wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van Schenker tegen het besluit van 24 november 2008 ongegrond verklaard. Tevens wordt het beroep tegen het besluit van 5 oktober 2010 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd omdat het bezwaar van Schenker ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Schenker wordt ongegrond verklaard omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is bij de vergunning.