ECLI:NL:RBROT:2014:2467
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete onterecht opgelegd wegens onvoldoende bewijs prospectusplicht
Eisers, een stichting en een natuurlijk persoon, kregen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een bestuurlijke boete van €96.000,- opgelegd wegens het zonder prospectus aanbieden van effecten, zogenoemde Rente Certificaten en Jaarrente Certificaten. De AFM stelde dat de waarde van de certificaten onder de drempel van €50.000,- lag, waardoor de prospectusplicht van artikel 5:2 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft) van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat de AFM haar standpunt baseerde op een waarderingsmethode (netto contante waarde-methode) die eiseres zelf gebruikte in haar jaarrekening, maar dat niet buiten redelijke twijfel was komen vast te staan dat de tegenwaarde van de certificaten daadwerkelijk onder de €50.000,- lag. De verschillen tussen de waarderingen en de transactiewaarden waren onvoldoende om te concluderen dat de transacties niet het resultaat waren van normale onderhandelingen.
Daarom was de boete onterecht opgelegd. De rechtbank vernietigde de boetebesluiten en de bezwaarbesluiten van de AFM, en bepaalde dat de AFM de betaalde griffierechten en proceskosten aan eisers moest vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 3 april 2014.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boetebesluiten van de AFM wegens onvoldoende bewijs van overtreding van de prospectusplicht.