ECLI:NL:RBROT:2014:3683
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over planschade wegens passieve risicoaanvaarding bij bestemmingswijziging woning
Eisers vorderden een tegemoetkoming in planschade vanwege waardevermindering van hun percelen door een bestemmingswijziging van burgerwoning naar bedrijfswoning. Het college wees dit af op advies van Verhagen, dat sprak van passieve risicoaanvaarding door eisers. De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte dit advies als grondslag gebruikte, omdat niet is gebleken dat eisers uit ambtelijke adviezen hadden kunnen afleiden dat slechts één bedrijfswoning zou worden toegestaan.
De rechtbank stelde vast dat het advies van Verhagen niet voldeed aan de procedurele eisen van de Procedureverordening en dat het college de bezwaarprocedure correct had doorlopen. Het geschil spitste zich toe op de vraag of passieve risicoaanvaarding kon worden aangenomen voor het woonpand dat nu als bedrijfswoning is bestemd.
De rechtbank verwierp het standpunt van het college dat eisers passief risico hadden aanvaard voor deze wijziging en vernietigde het besluit wegens motiveringsgebrek. Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de schade volgens het aanvullend advies van Verhagen en de jurisprudentie tot het normale maatschappelijke risico behoort en dus voor rekening van eisers blijft.
De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Rotterdam op 14 mei 2014.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de schade tot het normale maatschappelijke risico behoort.