Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 februari 2014;
- het proces-verbaal van comparitie van 14 april 2014.
2.De feiten
[holding]
ABN AMRO BANK N.V. (…) hierna te noemen “ABN AMRO”,
3.Het geschil
4.De beoordeling
De omstandigheid dat -zoals [gedaagde] stelt en DBN betwist- [holding] met het krediet de aanschaf van een bedrijfsauto heeft gefinancierd en dat dat niet de doelstelling van [holding] was, is niet relevant. Het gaat er om of het aangaan van de kredietovereenkomst (de rechtshandeling waarvoor [gedaagde] zich mede hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld) behoorde tot de normale bedrijfsuitoefening van [holding].
- griffierecht 1.836,00
- explootkosten 99,82
- salaris advocaat