ECLI:NL:RBROT:2014:5899
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over bijstand op grond van feitelijke woonsituatie versus GBA-registratie
Eiser heeft op 25 februari 2013 een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb). Verweerder kende bijstand toe vanaf 23 mei 2013, de datum waarop eiser het adres van zijn ex-partner en hun dochter in onderzoek liet stellen, omdat zij tot die datum in de GBA op zijn adres stonden ingeschreven.
Verweerder stelde dat het recht op bijstand pas kon worden vastgesteld vanaf die datum, omdat de GBA-registratie leidend zou zijn voor het vaststellen van een gezamenlijke huishouding. Eiser voerde aan dat hij feitelijk al sinds 21 december 2012 alleenstaand was en dat de feitelijke situatie bepalend is voor het recht op bijstand.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een onjuist beoordelingskader heeft toegepast door de GBA-registratie als doorslaggevend te beschouwen. De feitelijke woonsituatie en concrete omstandigheden zijn bepalend, niet de inschrijving in de GBA. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de schriftelijke getuigenverklaringen van eiser onvoldoende bewijs zouden zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de feitelijke woonsituatie bepalend is voor het recht op bijstand.