Uitspraak
[verdachte],
- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
- een samenwerkingsverband
- met een zekere duurzaamheid en structuur
- tussen verdachte en tenminste een (1) andere persoon.
en
Bijlage bij vonnis van 7 augustus 2014
zaak [adres 4] (feiten 1 en 2).
- T 116 d.d. 22 juli 2012 00.41 tussen[verdachte] en [medeverdachte 1]
- Idem: 14.36 uur
- Idem 14.50 uur
Bewijsbijlage bij vonnis van 7 augustus 2014, zaak Wasstraat (feit 1).
zaak [adres 6] (feiten 1 en 2).
- met [medeverdachte 2] d.d. 4 en 5 juni 2012 ([medeverdachte 2] betwist dat hij deelnemer aan dit gesprek is maar de rechtbank heeft zijn stem op de opname welke ter zitting is beluisterd herkend);
- met [medeverdachte 1] d.d. 28 juni 2012 en 27 november 2012 en 9 februari 2013;
- sms-bericht met [medeverdachte 1] d.d. 19 juli 2012 en 3 februari 2013.
Bewijsbijlage bij vonnis van 7 augustus 2014, zaak Rijen (feit 1).
Bewijsbijlage bij vonnis van 7 augustus 2014, zaak Soesterberg (feit 1 en 2).
zaak [adres 9] (feiten 1 en 2).
Bewijsbijlage bij vonnis van 7 augustus 2014, zaak Stellendam (feiten 1 en 2).
‘morgen nog steeds goed is’zegt [verdachte] dat dat zo is. Kort daarna sms’t [medeverdachte 4] [medeverdachte 1] en vraagt hij weet
‘of alles nog geregeld was voor morgen’, waarop [medeverdachte 1] antwoordt
‘mee bezig nu’. Vervolgens straalde de telefoon van [verdachte] op 13 september 2012 wederom een nabij gelegen zendmast aan en op 14 september 2012 deed de telefoon van [medeverdachte 1] dat. Uit berichten van 14 september 2012 kan afgeleid worden dat [medeverdachte 1] aan het werk was en dat [verdachte] hiermee bekend was.
‘Pak over een uur een nieuwe doos dan goeie je hem even om 1voor1’. [medeverdachte 1], op 9 oktober 2012:
‘waar die 2 geverfde platen zijn’.In een gesprek op 8 oktober 2012 zegt [verdachte] dat [medeverdachte 1]
‘hem moet bellen als die man belt, dan komt hij ook die kant uit’. Op 9 oktober 2012 zegt [medeverdachte 1] tegen [verdachte] dat hij
‘de kasten in elkaar heeft gezet’. In een gesprek van 12 oktober 2012 zegt [medeverdachte 1] dat ze
‘toch 2 autootjes hadden gekocht, 2 stuks’. [medeverdachte 1] zegt dat
‘1 autootje al klaar is, die heeft hij getest ook hij had de motor warm laten draaien... hij loopt goed’. [verdachte] zegt dat
‘het wel erg snel is en of het niet te snel is’. [medeverdachte 1] zegt
‘nee, hij kan moeilijk 1 auto laten lopen en 1 auto uitzetten, vandaar’. Met name gelet op deze laatste opmerking van [medeverdachte 1] acht de rechtbank bij gebreke van begrijpelijke uitleg onaannemelijk dat dit gesprek echt over auto’s gaat.