ECLI:NL:RBROT:2014:8174
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet overleggen deugdelijke boekhouding eenmanszaak
Eiser ontving bijstand vanaf 11 februari 2011. Verweerder schortte de uitkering op per 16 september 2011 wegens het niet overleggen van een volledige boekhouding van zijn eenmanszaak en trok de bijstand in, met terugvordering van € 5.050,- over de periode 11 februari tot 16 september 2011. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij aan zijn inlichtingenplicht had voldaan en dat de besluiten onbevoegd waren genomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was om het heronderzoek uit te voeren en dat eiser verwijtbaar tekort was geschoten in het verstrekken van de gevraagde gegevens. De intrekking per 16 september 2011 was terecht. Voor de periode van 11 februari tot 24 maart 2011 was de intrekking echter niet gerechtvaardigd omdat verweerder toen al het recht op bijstand had vastgesteld zonder onregelmatigheden.
De rechtbank vernietigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering over die periode en bepaalde dat eiser recht heeft op bijstand over die tijd. Het beroep tegen de opschorting werd ongegrond verklaard. Verweerder moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering vanaf 25 maart 2011. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt deels de intrekking en terugvordering van bijstand over 11 februari tot 24 maart 2011 en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.