Eiser heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de gemeente Albrandswaard inzake de verrekening van vorderingen die hij op de gemeente heeft met terugvorderingen die de gemeente op hem heeft. De rechtbank overweegt dat hoewel eiser in het verleden vaker misbruik van recht maakte, in deze zaak sprake is van een inhoudelijk geschil en daarom geen misbruik wordt aangenomen.
De rechtbank oordeelt dat brieven waarin mededelingen over verrekeningen worden gedaan niet altijd als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kwalificeren, maar dat besluiten tot verrekening dat wel zijn. Brief 1 wordt als een besluit aangemerkt omdat het een intrekking van een eerder besluit tot verrekening inhoudt, en brief 3 als een besluit tot intrekking van het rechtsgevolg van brief 1.
Verder stelt de rechtbank vast dat de vordering waarop de verrekeningen betrekking hebben niet is verjaard, mede omdat een nieuwe beslissing op bezwaar is genomen die onherroepelijk is geworden en als een daad van rechtsvervolging geldt. Het beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard, terwijl de beroepen tegen brief 3 en het tweede besluit ongegrond zijn. Verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen omdat geen onrechtmatige besluiten zijn vastgesteld. Wel wordt eiser het betaalde griffierecht in één zaak vergoed.