ECLI:NL:RBROT:2014:8276
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.G.J. van den Berg
- H. Bedee
- M.J.S. Korteweg-Wiers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens verjaring na onrechtmatig besluit bijstand
Eiser vordert schadevergoeding wegens het onrechtmatig besluit van 25 augustus 2005 waarbij zijn bijstandsuitkering werd stopgezet. De onrechtmatigheid werd vastgesteld met een besluit van 16 december 2005, waarin de bijstand per 1 juli 2005 werd heringevoerd.
De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn van vijf jaar, zoals bedoeld in artikel 3:310 lid 1 BW Pro, aanvangt op 17 december 2005, de dag na het onherroepelijk vaststaan van de onrechtmatigheid. Hoewel eiser een verzoek tot schadevergoeding indiende op 27 december 2005, waardoor de verjaringstermijn werd gestuit en opnieuw begon te lopen, is niet gebleken van verdere stuitingshandelingen binnen de daaropvolgende vijf jaar.
Eisers latere correspondentie voldoet niet aan de vereisten voor stuiting van de verjaring. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat verweerder zich terecht op verjaring beroept. Er is geen grond voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 13 oktober 2014.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek wordt ongegrond verklaard wegens verjaring.