Uitspraak
[verdachte],
- vrijspraak van het onder 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1, 3 subsidiair en 6 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van voorarrest.
op10 maart 2010
35.75,= euro ) dat werd opgenomen bij een geldautomaat in het [bedrijf]
‘nu uit de foto op de kaart het ras kan worden opgemaakt’sprake is van gevoelige gegevens die enkel kunnen worden verstrekt op grond van een vordering ex artikel 126nf van het wetboek van Strafvordering, dus na een machtiging van de rechter-commissaris. Deze ontbreekt echter. Aldus is volgens de raadsman sprake van onherstelbare vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, die op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering niet zonder gevolgen kunnen blijven, zodat bewijsuitsluiting van de van [bedrijf] verkregen camerabeelden en identiteitsbewijs van de verdachte dient te volgen.
‘camerabeelden van de bewakingscamera bij de geldautomaat of automaten van 10 maart 2010 te 14.10 uur van de geldopname van 2000,00 euro ten laste van rekeningnummer [rekeningnummer], alsmede identiteitsgegevens of kopie daarvan van persoon/personen die dit hebben aangeboden bij de toegang van [bedrijf] en die staan afgebeeld op beeldmateriaal met betrekking tot bovenstaande geldopname.’
diefstal door twee of meer verenigde personen.
[benadeelde partij 1], gevestigd te Ridderkerk, ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 132.146,62 aan materiële schade.
[benadeelde partij 2], gevestigd te Utrecht, eveneens ter zake van het onder 21 ten laste gelegde. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 365.641,74 aan materiële schade.
[benadeelde partij 3], gevestigd te Diemen. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 8.649,- aan materiële schade.
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
3 (drie) maanden niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de
proeftijd, die hierbij wordt gesteld op
2 (twee) jaren, na te melden voorwaarde overtreedt;
algemene voorwaardedat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;