ECLI:NL:RBROT:2014:9324
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F. Koekebakker
- W.A.F. Damen
- E. Fels
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens frustratie ondervragingsrecht en gebrek aan aanvullend bewijs bij poging moord
De rechtbank Rotterdam sprak verdachte vrij van poging moord/doodslag en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De tenlastelegging was vrijwel geheel gebaseerd op de verklaringen van de aangever, die niet als getuige kon worden gehoord omdat hij niet verscheen en vermoedelijk in België verblijft zonder bekend adres. Hierdoor kon de verdediging het ondervragingsrecht niet uitoefenen, wat volgens jurisprudentie van het EHRM en de Hoge Raad een fundamenteel procesrechtelijk bezwaar vormt.
De rechtbank stelde vast dat er geen compensatie was voor deze beperking van het ondervragingsrecht en dat de belastende verklaringen van de aangever niet konden worden gebruikt als bewijs. De officier van justitie wees op getuigenverklaringen die een schietpartij bevestigen en een schutter beschrijven, maar deze verklaringen waren onvoldoende specifiek en de signalementen verschilden onderling en kwamen niet duidelijk overeen met de verdachte.
Daarmee ontbrak het aan aanvullend steunbewijs dat de verklaringen van de aangever zou kunnen ondersteunen. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs werd verdachte vrijgesproken. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig bewijs door frustratie ondervragingsrecht en ontbreken aanvullend steunbewijs.