Eiser heeft een WW-uitkering aangevraagd met toeslag met ingang van 1 april 2012. Verweerder stelde dat eiser verwijtbaar werkloos was en geen werknemer meer in de zin van de WW, mede omdat eiser werkzaamheden als zelfstandige verrichtte en in het buitenland verbleef. Verweerder baseerde dit op beperkt onderzoek, waaronder twee telefoongesprekken en een hoorzitting.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht om aannemelijk te maken dat eiser geen werknemer was. Er is onvoldoende onderzocht welke werkzaamheden eiser als zelfstandige heeft verricht, hoeveel tijd daaraan is besteed en wanneer eiser in het buitenland verbleef. Ook ontbraken concrete gegevens zoals agenda, paspoort of businessplan. Verweerder had nader onderzoek moeten doen.
Verder is vastgesteld dat eiser op 1 april 2012 in het buitenland verbleef, waardoor hij op die dag geen recht had op WW. Echter, de aanvraag was pas in november 2013 ingediend, waardoor alleen de periode vanaf mei 2013 relevant is. Eiser heeft zich in augustus 2012 uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en geen zelfstandige activiteiten meer verricht.
De rechtbank acht ook het verwijtbare ontslag niet aannemelijk, gezien de chaotische situatie bij de gemeente en de keuze van eiser voor een eervol ontslag met financiële compensatie. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder moet het betaalde griffierecht vergoeden.