Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) vordert betaling van een studielening uit 1990, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten, van een voormalige student die haar studie in 1994 staakte. De lening werd oorspronkelijk verstrekt door het Eilandgebied Curaçao en later overgedragen aan SSC. De gedaagde betwist de vordering en voert aan dat zij de lening heeft afbetaald, onderbouwd met een brief van SSC uit 2010 en overzichten van DUO.
De rechtbank stelt vast dat het toepasselijke recht het recht van de voormalige Nederlandse Antillen is, omdat zowel de geldgever als de geldnemer destijds op Curaçao woonachtig waren. De gedaagde draagt de bewijslast voor haar stelling dat de lening is afbetaald of kwijtgescholden. De rechtbank acht de brief van 2010 niet zonder meer bewijsbaar en laat de gedaagde toe dit te bewijzen.
Indien de gedaagde slaagt in haar bewijs, zal de hoofdvordering stranden en zijn rente en incassokosten niet verschuldigd. Bij onvoldoende bewijs zal de vordering tot betaling van de lening, rente vanaf januari 2002 en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen. De rechtbank gelast een comparitie om de bewijsvoering en mogelijke overeenstemming te bespreken en houdt verdere beslissingen aan tot na deze zitting.