ECLI:NL:RBROT:2015:2662
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering exploitatie- en drank- en horecavergunning binnen wellnesscentrum
Verzoekster heeft een horecagelegenheid binnen een wellnesscentrum geëxploiteerd waarvoor zij een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning heeft aangevraagd. Verweerder, de burgemeester van de gemeente Binnenmaas, heeft deze vergunningen geweigerd op grond van de Wet Bibob vanwege een samenwerkingsverband met een persoon die strafbare feiten heeft gepleegd die relevant zijn voor de exploitatie van een horecabedrijf.
Na eerdere afwijzing van een voorlopige voorziening heeft verzoekster opnieuw een dergelijk verzoek ingediend met het argument dat haar financiële situatie is verslechterd door de sluiting van de horecagelegenheid. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die een spoedeisend belang rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de eerdere beoordeling nog steeds geldt en dat er geen aanwijzingen zijn dat het besluit tot weigering kennelijk onrechtmatig is. Ook de financiële onderbouwing van verzoekster wordt onvoldoende geacht. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de vergunningen wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.