ECLI:NL:RBROT:2015:3507
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A. Schreuder
- B. van Velzen
- M.A. Voskamp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding met zus onterecht
Eiseres keerde na zes jaar buitenland terug naar Nederland en woonde bij haar zus. Zij vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb), maar deze werd afgewezen omdat verweerder stelde dat zij een gezamenlijke huishouding voerden met een gezamenlijk inkomen boven de bijstandsnorm.
De rechtbank onderzocht of er sprake was van wederzijdse zorg, een vereiste voor gezamenlijke huishouding. Hoewel zij samenwoonden, ontbrak het aan voldoende financiële verstrengeling of andere aanwijzingen van feitelijke zorg van betekenis. Het gebruik van een gezamenlijke slaapkamer en gedeelde persoonlijke producten werden niet als voldoende bewijs gezien.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende feitelijke grondslag had en vernietigde het. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd.