De Autoriteit Consument en Markt (ACM) legde aan eiseres meerdere bestuurlijke boetes op wegens het niet naleven van de non-discriminatie- en transparantieverplichtingen uit de Telecommunicatiewet, zoals vastgelegd in het Marktanalysebesluit wholesales-breedbandtoegang. De boetes betroffen vier diensten (A tot en met D) waarbij overtredingen zoals het niet tijdig aankondigen van diensten en het discriminerend aanbieden van diensten aan eigen retailbedrijf versus externe wholesale-afnemers werden vastgesteld.
Eiseres voerde diverse verweren aan, waaronder strijd met het lex certa-beginsel, onduidelijkheid over de toepasselijkheid van de verplichtingen, en onevenredigheid van de boetes. De rechtbank oordeelde dat de verplichtingen duidelijk zijn en dat de boetes proportioneel zijn vastgesteld, mede gelet op recidive en ineffectieve compliance. Voor dienst A werd vastgesteld dat de non-discriminatieverplichting was overtreden door het aanbieden van een retaildienst vóór de aankondiging aan wholesale-afnemers.
Bij dienst B werd de transparantieverplichting geschonden door het niet hanteren van een redelijke aankondigingstermijn voor een tijdelijke kortingsactie. Dienst C betrof zowel overtreding van de transparantie- als non-discriminatieverplichting door te vroege introductie en levering aan het retailbedrijf. Voor dienst D werd alleen de transparantieverplichting overtreden, niet de non-discriminatieverplichting. De rechtbank vernietigde daarom het boetebesluit voor de non-discriminatieverplichting bij dienst D, maar verklaarde de overige beroepen ongegrond.
De rechtbank veroordeelde ACM tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten voor het beroep tegen besluit 4. De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van transparantie- en non-discriminatieverplichtingen in de telecommunicatiesector en onderstreept de rol van ACM als toezichthouder.