De zaak betreft een bestuurlijke boete opgelegd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) aan eiseres wegens vermeende overtreding van artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet, gericht op het verzenden van ongevraagde commerciële SMS-berichten (aanmeldberichten) zonder voorafgaande toestemming van abonnees.
ACM stelde dat eiseres in de periode van 6 november 2006 tot en met 21 april 2009 ruim 1,4 miljoen ongevraagde berichten heeft verzonden. De rechtbank oordeelt dat deze berichten weliswaar commerciële communicatie betreffen, maar dat ACM niet heeft kunnen aantonen dat deze communicatie ongevraagd was. Dit omdat niet is vastgesteld welke landingspagina's door de drie geverifieerde klagers zijn bezocht en of zij voldoende geïnformeerd waren om van gevraagde communicatie te spreken.
De rechtbank stelt dat het aan ACM is om eerst aan te tonen dat sprake is van ongevraagde communicatie alvorens te eisen dat toestemming is verleend. Omdat ACM onvoldoende bewijs leverde over de landingspagina’s en de verwachtingen van de abonnees, moet eiseres profiteren van de twijfel. De bestuurlijke boete wordt daarom vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens wordt ACM veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.