AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoekschrift tot vernietiging ontslag
In deze zaak heeft verzoeker, handelend onder een handelsnaam en woonachtig te Maassluis, een verzoekschrift ingediend tot vernietiging van het gegeven ontslag ex artikel 7:681 BWPro. Dit verzoekschrift werd op 9 november 2015 ingediend bij de rechtbank Rotterdam. PostNL Pakketten Benelux B.V., gevestigd te Hoofddorp, trad op als verweerster.
Na ontvangst van het verweerschrift en aanvullende producties van beide partijen, bepaalde de kantonrechter een mondelinge behandeling op 10 december 2015. Echter, op 9 december 2015 trok verzoeker zijn verzoekschrift in, waardoor de inhoudelijke beoordeling van het verzoek niet meer aan de orde was.
PostNL verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen verzoeker. De kantonrechter oordeelde dat verzoeker als de in het ongelijk gestelde partij moest worden aangemerkt en veroordeelde hem tot betaling van de proceskosten van PostNL, begroot op € 400,- aan salaris voor de gemachtigden. De beschikking werd uitgesproken door mr. K.J. Bezuijen tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verzoeker wordt veroordeeld tot betaling van € 400 aan proceskosten aan PostNL na intrekking van zijn verzoekschrift.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 4593820 VZ VERZ 15-21265
uitspraak: 11 december 2015
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
[verzoeker], h.o.d.n. [handelsnaam],
wonende te Maassluis,
verzoeker in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigde: mr. E.D. van Tellingen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PostNL Pakketten Benelux B.V.,
gevestigd te Hoofddorp,
verweerster in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigden: mr. J.M. van Slooten en mr. A.M. Merks.
Partijen worden hierna aangeduid als [verzoeker] en PostNL.
1.Het verloop van de procedure
1.1
Van de volgende processtukken is kennisgenomen:
het verzoekschrift tot vernietiging van het gegeven ontslag ex artikel 7:681 BWPro tevens houdende verzoeken ex artikel 223 RvPro, met producties, (per fax) ter griffie ontvangen op 9 november 2015;
het verweerschrift, met producties, ter griffie ontvangen op 30 november 2015;
de brief namens PostNL van 1 december 2015, waarbij aanvullende producties in het geding zijn gebracht;
de brief namens [verzoeker] van 2 december 2015, waarbij aanvullende producties in het geding zijn gebracht.
1.2
De kantonrechter heeft de mondelinge behandeling bepaald op 10 december 2015 om 13.30 uur.
1.3
Per faxbericht van 9 december 2015 heeft [verzoeker] het verzoekschrift ingetrokken.
1.4
Vervolgens is namens PostNL per faxbericht van 9 december 2015 verzocht [verzoeker] in de proceskosten te veroordelen.
1.5
Er heeft geen mondelinge behandeling plaats gevonden.
1.6
De beschikking is bepaald op heden.
2.De beoordeling
2.1
Nu [verzoeker] het verzoekschrift heeft ingetrokken, hoeft ingevolge artikel 1.2.8 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken, kantonzaken alleen te worden beslist op het door PostNL gehandhaafde verzoek om een kostenveroordeling.
2.2
Door het intrekken van zijn verzoekschrift kunnen de door [verzoeker] aangevoerde gronden van zijn verzoek niet meer door de kantonrechter worden getoetst. [verzoeker] dient dan ook als de in het ongelijk gestelde partij te worden aangemerkt en ingevolge het bepaalde in artikel 289 RvPro te worden veroordeeld in de proceskosten van PostNL. Deze kosten worden aan de zijde van PostNL begroot op € 400,00 aan salaris voor de gemachtigden.
3.De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van PostNL vastgesteld op € 400,00 aan salaris voor de gemachtigden.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.