Eiser, werkzaam als politieambtenaar, werd op 4 juli 2013 beschuldigd van diefstal van twee pakjes batterijen uit de kamer van de administratie. Twee collega’s verklaarden dat zij hadden gezien dat eiser de batterijen in zijn rugzak stopte. Verweerder legde daarop een buitenfunctiestelling en later ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank oordeelt dat hoewel het aannemelijk is dat eiser de batterijen heeft gepakt en in zijn rugzak stopte, niet overtuigend is vastgesteld dat hij dit met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening deed. Eiser heeft verklaard dat hij de batterijen voor eigen gebruik in zijn werkzaklamp wilde stoppen. Wisselende verklaringen van eiser leiden niet automatisch tot bewijs van plichtsverzuim.
De rechtbank concludeert dat het plichtsverzuim onvoldoende is bewezen en dat verweerder niet bevoegd was om de disciplinaire maatregelen te treffen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de primaire besluiten herroepen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.