Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
het Drechtstedenbestuur, te Dordrecht, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres, een zorgaanbieder, stelde beroep in tegen het besluit van het Drechtstedenbestuur om het persoonsgebonden budget (pgb) van een cliënt te beëindigen vanwege onvoldoende kwaliteit van de geleverde zorg. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank bevestigde dat het pgb wordt toegekend aan de cliënt en dat alleen diens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Eiseres heeft slechts een afgeleid belang via haar contractuele relatie met de cliënt. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij door de herroeping van het besluit direct geraakt zou worden.
De voorzieningenrechter stelde vast dat nader onderzoek niet noodzakelijk was en dat het beroep ongegrond is. Ook wees de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak benadrukt het belang van het onderscheid tussen direct en afgeleid belang bij bestuursrechtelijke procedures rond pgb's en bevestigt de jurisprudentie over belanghebbendenbegrip in de Awb.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat eiseres geen belanghebbende is bij het besluit tot beëindiging van het pgb.