De zaak betreft een verzoek van B.V. Rotterdamse Garage- en Automobiel Mij. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een autotechnicus wegens disfunctioneren en verwijtbaar handelen. De werkgever stelde dat de werknemer onvoldoende gemotiveerd was, een negatieve houding had, regels overtrad en ondanks verbetertraject niet verbeterde.
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer sinds 2008 in dienst was en dat er meerdere incidenten en waarschuwingen waren, waaronder onzorgvuldig omgaan met klantvoertuigen, snelheidsovertreding tijdens een testrit en onjuiste facturering van onderdelen. Echter ontbrak het aan een duidelijk verbetertraject en was onvoldoende kenbaar gemaakt dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst bij uitblijven van verbetering zou volgen.
De kantonrechter oordeelde dat het Global Training Program niet specifiek voor disfunctioneren was en dat de werkgever onvoldoende had aangetoond dat de werknemer tijdig en concreet was geïnformeerd over de gevolgen van het disfunctioneren. Ook waren de verwijten onvoldoende onderbouwd om van verwijtbaar handelen te spreken.
Daarom werd het verzoek tot ontbinding afgewezen en werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldig verbetertraject en duidelijke communicatie bij ontbindingsverzoeken wegens disfunctioneren.