ECLI:NL:RBROT:2016:460
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake openbaarmaking documenten Centrumaanpak Barendrecht
Verzoekster, Stichting Actiegroep Binnenlandse Baan, verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van diverse documenten met betrekking tot de Centrumaanpak in Barendrecht. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht, wees dit verzoek deels af op grond van de in de Wob genoemde weigeringsgronden. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om verweerder op te dragen een inventarislijst van alle beschikbare documenten te verstrekken.
De voorzieningenrechter wees het eerste verzoek om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Verzoekster stelde dat tegen de acceptatie van een sloopmelding geen rechtsmiddelen openstaan, waardoor onomkeerbare gevolgen kunnen optreden, en vroeg de voorzieningenrechter terug te komen op de eerdere uitspraak of het verzoek als nieuw te behandelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het buitengewoon rechtsmiddel van herziening niet openstaat tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter, tenzij het een einduitspraak betreft. Ook was geen sprake van een feitelijke onjuistheid of kennelijke verschrijving. De brief van 22 december 2015 werd als een nieuw verzoek aangemerkt waarvoor griffierecht terecht was geheven.
De voorzieningenrechter heroverwoog de spoedeisendheid en concludeerde dat de door verweerder overgelegde brief van de wethouder aantoonde dat geen onmiddellijke sloop dreigde en dat het verkrijgen van een inventarislijst geen rechtstreeks verband hield met de vermeende onomkeerbare gevolgen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan op 20 januari 2016 door voorzieningenrechter M.G.L. de Vette, en griffier mr. dr. R. Stijnen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.