ECLI:NL:RBROT:2016:4630
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet-verifiëren identiteit cliënten volgens Wwft
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) stelde vast dat eiser, handelend onder een bedrijfsnaam, in vier van vijf onderzochte cliëntdossiers niet beschikte over kopieën of verificatiegegevens van identiteitsbewijzen van cliënten of hun uiteindelijk belanghebbenden. Dit leidde tot een aanwijzing en een bestuurlijke boete van €1.500 wegens overtreding van artikel 3 van Pro de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
Eiser voerde aan dat hij de Wwft niet had overtreden en dat het cliëntenonderzoek vormvrij zou zijn, maar de rechtbank verwierp dit verweer. De Wwft vereist dat instellingen de identiteit van cliënten en uiteindelijk belanghebbenden verifiëren en vastleggen met behulp van officiële documenten zoals paspoort of identiteitsbewijs. Eiser erkende dat hij geen kopieën of gegevens had vastgelegd, waardoor de overtreding terecht werd vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de boete proportioneel was, gezien de ernst, duur en verwijtbaarheid van de overtreding. Eiser had geen gronden aangevoerd tegen de hoogte van de boete en er was geen bewijs dat hij de boete niet kon dragen. Het beroep tegen de boete en de aanwijzing werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 3 Wwft wordt ongegrond verklaard.