ECLI:NL:RBROT:2016:5619
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid NVWA en recall wegens te hoog arseengehalte in levensmiddelenadditief
De zaak betreft een geschil tussen DIS B.V. en de minister van Volksgezondheid over een recall van fris- en energiedranken vanwege een te hoog gehalte arseen in het levensmiddelenadditief trinatriumcitraat. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) had een recall gelast bij eerstelijnsverkoopadressen, terwijl de minister de bezwaren van DIS B.V. ongegrond verklaarde. De rechtbank stelde vast dat NVWA bevoegd was en niet de minister, maar dat dit bevoegdheidsgebrek door het feit dat NVWA het besluit overnam, werd hersteld.
De rechtbank analyseerde uitgebreid de Europese regelgeving omtrent voedselveiligheid, waaronder Verordening (EG) nr. 178/2002 en nr. 1333/2008, en concludeerde dat het additief het toegestane maximum arseengehalte overschrijdt, waardoor het product onveilig is. Diverse risicobeoordelingen van NVWA en het RIVM toonden aan dat langdurige consumptie gezondheidsrisico's kan opleveren, terwijl een deskundigenrapport van DIS B.V. dit betwistte. De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van onveiligheid bij overschrijding van het maximumgehalte terecht is en dat DIS B.V. de bewijslast droeg om het tegendeel aan te tonen.
De recall werd beperkt tot het niveau van eerstelijnsverkoopadressen, omdat geen acuut gevaar voor de volksgezondheid werd vastgesteld. De rechtbank verwierp de stellingen van DIS B.V. dat NVWA onzorgvuldig had gehandeld of dat de recall onterecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beslissing van NVWA werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van DIS B.V. wordt ongegrond verklaard en de recall van producten met te hoog arseengehalte wordt gehandhaafd.