ECLI:NL:RBROT:2016:5875
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel arbeidsovereenkomst na opzegging wegens sluiting zelfstandige vestiging
De werkneemster is sinds 2010 in dienst bij de bank en sinds november 2014 werkzaam op de Rotterdamse vestiging. Het UWV verleende toestemming voor opzegging van haar arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden, omdat de vestiging Rotterdam definitief werd gesloten.
De werkneemster stelde dat de vestiging Rotterdam geen zelfstandige bedrijfsvestiging was en dat haar werkzaamheden voor 80% vestigingsoverstijgend waren, waardoor de opzegging onrechtmatig zou zijn. De bank voerde aan dat de Rotterdamse vestiging wel degelijk een zelfstandige bedrijfsvestiging was, met eigen pand, klantenkring, management en financiële administratie.
De kantonrechter toetste aan de Ontslagregeling en concludeerde dat de Rotterdamse vestiging als zelfstandige bedrijfsvestiging moet worden aangemerkt. De werkneemster was feitelijk werkzaam in Rotterdam zonder voorbehoud of detachering. Haar locatie-overstijgende werkzaamheden deden hieraan niet af. De toestemming van het UWV was op goede gronden verleend.
Het verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen en de werkneemster werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens sluiting van de zelfstandige vestiging Rotterdam is rechtmatig verklaard en het verzoek tot herstel afgewezen.