ECLI:NL:RBROT:2016:6325
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van Warenwetboetes wegens onvoldoende hygiëne in bedrijfsruimten levensmiddelenbedrijf
De vennootschap onder firma exploiteert een levensmiddelenbedrijf te Leiden en kreeg twee bestuurlijke boetes opgelegd wegens het niet schoon of niet goed onderhouden van bedrijfsruimten, vastgesteld tijdens inspecties op 23 oktober 2014 en 13 januari 2015.
De vennootschap betwistte de boetes onder meer vanwege onduidelijkheden over de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaren en de bewijskracht van de processen-verbaal. De rechtbank oordeelde dat de beëdiging voldoende aannemelijk was en dat de processen-verbaal duidelijke feitelijke waarnemingen bevatten die niet gemotiveerd werden betwist.
Verder werd het bezwaar tegen de hoogte van de boetes afgewezen, omdat de vennootschap onvoldoende bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte en de financiële draagkracht van de vennoten positief werd beoordeeld. Ook het afzien van een hoorzitting in bezwaar werd gerechtvaardigd geacht omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boetes van €1.050 per overtreding, zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde bestuurlijke boetes wordt ongegrond verklaard en de boetes van €1.050 per overtreding bevestigd.