Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de meervoudige kamer van 10 maart 2015 op het hoger beroep van:
[naam], te [plaats], appellant,
(gemachtigde: mr. M. van der Linden),
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: minister)
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
€ 300.
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Ter beoordeling staat of de aangevallen uitspraak, waarbij de rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat appellant artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet heeft overtreden en daarvoor terecht een boete heeft opgelegd, in stand kan worden gelaten.
– vanwege het feit dat de rookruimte na een nacht ventileren als barruimte wordt gebruikt – onvoldoende maatregelen zijn getroffen om de werknemers te beschermen tegen hinder en overlast van het roken door anderen. Aangezien van overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet slechts sprake is indien werknemers hinder of overlast van roken door anderen ondervinden, moet ten minste worden aangetoond dat sprake is van enige blootstelling van werknemers aan (schadelijke bestanddelen van) tabaksrook; in dit geval dat in de betreffende ruimte – nadat er een nacht lang is geventileerd en via openstaande deuren en ramen de lucht is ververst – nog schadelijke tabakslucht aanwezig is waar werknemers hinder of overlast van konden ondervinden. Hiervoor heeft de minister echter geen enkel bewijs aangedragen.
Er is in medische en wetenschappelijke kringen consensus over de nadelige gezondheidseffecten van blootstelling aan andermans tabaksrook (meeroken). Die effecten zijn velerlei. Longkanker en hart- en vaatziekten zijn hiervan in die zin de ernstigste, dat zij de dood tot gevolg kunnen hebben. Speciaal bij kinderen kan meeroken leiden tot het ontwikkelen of verergeren van astma, bronchitis en middenoorontsteking. Naast het ontwikkelen van ziekten, kan tabaksrook ook irritatie van de ogen en de neus veroorzaken.
Tabaksrook vormt een belangrijk binnenmilieuprobleem. De enige daadwerkelijke oplossing is het volledig rookvrij maken van het binnenmilieu. Met betrekking tot het plaatsen en in werking stellen van luchtzuiverings- of ventilatieapparatuur sta ik vooralsnog op het standpunt dat dergelijke apparatuur nauwelijks bescherming biedt tegen de genoemde nadelige gezondheidseffecten van blootstelling aan tabaksrook. Ik baseer mij hierbij onder andere op het in 2002 door de British Medical Association (BMA) gepubliceerde rapport «Towards smoke-free public places». De BMA spreekt in dit verband van «The ventilation myth».
– wat daar verder ook van zij – kan niet tot een ander oordeel leiden. Duidelijk is immers dat de ruimte onderdeel uitmaakte van de café-bar en op zichzelf toegankelijk was voor werknemers, terwijl de ruimte bovendien in elk geval de volgende dag weer door werknemers zou worden betreden. Mede gelet op de hiervoor weergegeven passages van de Nota van Toelichting bij het Besluit en de Nota van Toelichting bij het Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek valt niet in te zien dat het ventileren van de ruimte gedurende enige uren tot gevolg zou kunnen hebben dat van geen enkele blootstelling aan tabaksrook van werknemers meer zou kunnen worden gesproken.
Beslissing
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep van appellant tegen het besluit van
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- draagt de minister op het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 239,- en het in beroep betaalde griffierecht van € 152,- aan appellant te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 144,40.