De zaak betreft een loonvordering van [eiser] tegen zijn werkgever Anthura B.V. wegens onjuiste functiewaardering en salarisbetaling. [eiser] was sinds 1998 in dienst en werkte vanaf 2010 als Aflevervoorbereider, maar ontving tot september 2013 het salaris behorend bij functiegroep D. Na een beroepsprocedure bij de Centrale Beroepscommissie functiewaardering werd vastgesteld dat zijn functie in functiegroep E thuishoorde.
De kern van het geschil was de vraag vanaf welke datum de hogere functiegroep en het bijbehorende salaris van toepassing zijn. De werkgever betwistte toepassing met terugwerkende kracht vóór het besluit van de Beroepscommissie in september 2013, terwijl [eiser] aanspraak maakte op nabetaling vanaf januari 2010.
De rechtbank stelde vast dat de functie in de loop der tijd was aangescherpt en dat de hogere indeling pas per mei 2013 gerechtvaardigd was, de datum waarop de functiewaarderingsdeskundigen de werkplek bezochten en hun oordeel vormden. De eerdere perioden boden onvoldoende feitelijke grondslag voor de hogere indeling. De rechtbank mat de wettelijke verhoging van 50% naar 25% en wees de overige vorderingen af. Het verstekvonnis van januari 2016 werd vernietigd en de proceskosten werden gecompenseerd.