ECLI:NL:RBROT:2016:7322
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vergoeding niet-genoten vakantiedagen bij op non-actiefstelling wegens bedrijfseconomische redenen
Verzoekster was sinds 1994 in dienst bij verweerster, die een winkel exploiteerde. In 2015 werd de winkel wegens bedrijfseconomische redenen gesloten en verzoekster vanaf 1 augustus 2015 op non-actief gesteld. De arbeidsovereenkomst werd formeel opgezegd per 24 februari 2016, met een einddatum 1 juli 2016.
Verzoekster vorderde betaling van €597,79 bruto voor niet-genoten vakantiedagen en €9.863,98 bruto aan transitievergoeding. De kantonrechter oordeelde dat verzoekster recht heeft op vergoeding van de niet-genoten vakantiedagen, omdat geen ondubbelzinnige instemming met verrekening was gebleken en de op non-actiefstelling in de risicosfeer van verweerster lag. De transitievergoeding werd afgewezen omdat het lagere bedrag van €1.009,02 reeds was betaald en verweerster voldeed aan de voorwaarden van artikel 7:673d BW.
De wettelijke verhoging wegens vertraging werd gematigd tot nihil vanwege de langdurige loonbetaling zonder arbeid en de financiële situatie van verweerster. De wettelijke rente over de vakantiedagenvergoeding werd wel toegewezen vanaf 1 juli 2016. Proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Verzoekster krijgt vergoeding van niet-genoten vakantiedagen met wettelijke rente, transitievergoeding wordt afgewezen omdat het lagere bedrag reeds is betaald.