ECLI:NL:RBROT:2016:8065
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schriftelijke aanwijzing vervallen verklaard wegens onjuiste grondslag en benoeming bijzondere curator
De moeder verzocht de rechtbank om een schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) vervallen te verklaren, omdat deze niet juist was gebaseerd op de wet en het belang van de minderjarige niet diende. De schriftelijke aanwijzing betrof begeleide omgangsbezoeken tussen de minderjarige en zijn vader. De GI had de aanwijzing gegeven omdat afspraken over omgang niet werden nagekomen.
De rechtbank oordeelde dat een schriftelijke aanwijzing op grond van artikel 1:265f BW alleen kan worden gegeven indien het kind uit huis is geplaatst, wat hier niet het geval was. Daarnaast biedt artikel 1:263 BW Pro geen grondslag om een omgangsregeling vast te leggen in een schriftelijke aanwijzing als het kind bij de gezaghebbende ouder woont. De GI dient in dat geval de kinderrechter te verzoeken een omgangsregeling vast te stellen.
De rechtbank verklaarde de schriftelijke aanwijzing geheel vervallen en benoemde ambtshalve een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige te vertegenwoordigen, met als opdracht te onderzoeken of omgang met de vader mogelijk is. Deze benoeming geldt voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling is vervallen verklaard en een bijzondere curator is benoemd.