ECLI:NL:RBROT:2016:823
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Schoneveld
- J. Bergen
- N. Saanen
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat PostNL discrimineert met afzenderadresvoorwaarde bij dienst Partijenpost Gemengd
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) legde PostNL een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 9, lid 1, van de Postwet 2009. PostNL stelde bij de dienst Partijenpost Gemengd (PPG) de eis dat alle poststukken binnen een partij hetzelfde afzenderadres moeten hebben, waardoor postvervoerbedrijven die post van verschillende afzenders bundelen (stapelaars) hogere tarieven betalen dan andere zakelijke klanten.
De rechtbank behandelde meerdere beroepen en procedurele kwesties, waaronder het toelaten van partijen en het beoordelen van bewijsstukken. Uit onderzoek en waarnemingen bleek dat het onderscheid in tarieven niet gerechtvaardigd is door verschillen in bewerkelijkheid van de poststromen. ACM stelde dat het hanteren van de afzenderadresvoorwaarde leidt tot discriminatie en oneerlijke concurrentie.
PostNL voerde aan dat de eis al voor 2013 bestond en dat stapelaars niet in een vergelijkbare positie verkeren. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat stapelen onder de definitie van postvervoer valt en dat het onderscheid niet proportioneel is. Ook het beroep op Europese rechtspraak werd niet gevolgd.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, bevestigde de bevoegdheid van ACM tot handhaving en oordeelde dat openbaarmaking van het besluit passend is, mits vertrouwelijke gegevens worden afgeschermd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van PostNL ongegrond en bevestigt dat de eis van een uniform afzenderadres bij de dienst Partijenpost Gemengd discriminerend is en in strijd met artikel 9, lid 1, van de Postwet 2009.