Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 februari 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te Rotterdam, eiser,
Procesverloop
Overwegingen
De in de hennepkwekerijen aanwezige hennepplanten waren ongeveer 49 dagen oud.
Rechtbank Rotterdam
Eiser ontving een bijstandsuitkering en gaf als woonadres een woning in Rotterdam op. In maart 2013 werd in deze woning een hennepkwekerij aangetroffen. Verweerder legde een bestuurlijke boete op wegens het niet melden van de aanwezigheid van deze kwekerij vanaf 1 december 2012, gebaseerd op een rapportage van Stedin Netbeheer BV.
Eiser betwistte de bewijswaarde van deze rapportage en stelde dat onvoldoende bewijs bestond dat de kwekerij vanaf die datum aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat de bevindingen van de fraudespecialist, waaronder vervuilde koolstoffilters en kalkaanslag, voldoende grondslag boden om aan te nemen dat de kwekerij vanaf 1 december 2012 in bedrijf was.
De rechtbank verwierp het verweer van eiser en stelde dat het niet strafrechtelijk veroordeeld zijn van eiser geen invloed had op de bestuurlijke boete. Ook het feit dat de woning vanaf februari 2013 aan een ander ter beschikking was gesteld die wel strafrechtelijk werd veroordeeld, deed hieraan niet af.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.