Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 februari 2017 in de zaken tussen
Bureau Financieel Toezicht, verweerder (BFT),
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank onderkent dat de boete van € 7.500,- mede betrekking heeft op in beroep niet betwiste overtredingen. Dit laat onverlet dat de rechtbank, gelet op de vernietiging van bestreden besluit 2 en artikel 8:72a van de Algemene wet bestuursrecht, gehouden is de hoogte van deze boete opnieuw vast te stellen. Nu de bevoegdheid tot het opleggen van de betreffende boete ontbreekt, kan ook voor de niet betwiste overtredingen geen boete worden opgelegd en moet het boetebedrag worden vastgesteld op nihil. Hiermee komen alle rechtsgevolgen van primair besluit 2 en bestreden besluit 2 te vervallen. Gelet hierop en uit een oogpunt van duidelijkheid kiest de rechtbank ervoor bestreden besluit 2 in zijn geheel te vernietigen en primair besluit 2 in zijn geheel te herroepen.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- verklaart de bezwaren gegrond, herroept de primaire besluiten en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de bestreden besluiten;
- bepaalt dat het BFT de door [eiser] betaalde griffierechten vergoedt tot een bedrag van in totaal € 336,-;
- bepaalt dat de griffier het teveel geheven griffierecht in de zaak ROT 15/7794 ter hoogte van € 163,- aan [eiser] vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van in totaal € 2.475,-.