Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verdere verloop van de procedure
2.Het geschil
in conventie
3.De beoordeling van de vordering
(ex)-werkgever verschuldigd. Dit betekent dat er geen grond is om dit beding te vernietigen, zodat ook deze gevorderde verklaring voor recht niet voor toewijzing vatbaar is.
€ 139.959,00 en subsidiair € 154.880,00 incl. BTW aan Seebregts verschuldigd. [eiser] betwist dat hij 128 lopende dossiers heeft meegenomen. Er is door hem informatie ten aanzien van 52 zaken verstrekt. Bij akte van 18 juli 2017 heeft Seebregts ter ondersteuning van haar standpunt een lijst van meegenomen zaken overgelegd. In deze lijst ontbreken echter de data, zodat niet kan worden nagegaan of er sprake was een lopende zaak op het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd. Bovendien staan in de lijst namen opgenomen die meerdere keren voorkomen. Aan Seebregts zal derhalve de gelegenheid worden geboden ter gelegenheid van de hierna te bepalen comparitie van partijen om de lijst nader toe te lichten en te onderbouwen. Dit dient zij in ieder geval te doen aan de hand van (een) ten behoeve van de comparitie van partijen op voorhand aan de kantonrechter en [eiser] toe te zenden schriftelijk(e) stuk(ken).
4.De beslissing
dinsdag 20 februari 2018 om 14.00 uurdienen te verschijnen ter zitting van de kantonrechter mr. K.J. Bezuijen. De zitting zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw, Wilhelminaplein 100 te Rotterdam (melden in het rode gebouw B).