Eiseres ontvangt sinds 2012 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (aio-aanvulling) en woont samen met haar volwassen zoon. Verweerder heeft de kostendelersnorm toegepast op haar aio-aanvulling, omdat zij kosten deelt met haar zoon. Eiseres betwistte dit op grond van de studiefinancieringsuitzondering en het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank overweegt dat de zoon van eiseres vanwege zijn leeftijd geen recht meer heeft op studiefinanciering en dat de uitzondering in de Participatiewet daarom niet van toepassing is. Daarnaast is het onderscheid tussen aio-aanvulling en AOW-pensioen gerechtvaardigd omdat het om verschillende rechtsgronden gaat.
Verder oordeelt de rechtbank dat de toepassing van de kostendelersnorm geen disproportionele inbreuk vormt op het eigendomsrecht zoals beschermd in het EVRM. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat zij daardoor een buitensporige last draagt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de kostenveroordeling wordt afgewezen.