Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 augustus 2016, alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;
- het proces-verbaal van comparitie van 7 december 2016, alsmede de met het oog daarop toegezonden stukken en de naar aanleiding daarvan ingekomen brief van 9 februari 2017.
2.De feiten
31-12-2006 31-12-2005
4.De beoordeling in conventie
5.De beslissing
2504