ECLI:NL:RBROT:2017:3036
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Buitenbehandelingstelling aanvraag bijzondere bijstand wegens niet tijdig aanleveren stukken
Eiser diende op 2 december 2015 een aanvraag om bijzondere bijstand in voor twee nota’s griffierecht. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet tijdig de gevraagde aanvullende stukken had aangeleverd. Eiser voerde aan dat hij de stukken wel tijdig had ingediend en dat zijn recht op een eerlijk proces en hoorplicht waren geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de gevraagde stukken tijdig waren ingediend. Ook was eiser meerdere malen in de gelegenheid gesteld om zijn bezwaar toe te lichten, maar maakte hij hier geen gebruik van. De rechtbank stelde vast dat de hoorplicht niet was geschonden.
Op grond van artikel 4:5 Awb Pro is het bestuursorgaan bevoegd een aanvraag buiten behandeling te stellen indien de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden voor behandeling en de gelegenheid heeft gehad om de aanvraag aan te vullen. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling had gesteld.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat het recht op toegang tot de rechter niet was beperkt, aangezien eiser zelf tekort was geschoten in het aanleveren van de benodigde stukken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de aanvraag bijzondere bijstand is ongegrond verklaard.