ECLI:NL:CRVB:2018:2248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling bijzondere bijstand wegens niet tijdig overleggen financiële gegevens
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor griffierechten, maar het bestuur stelde de aanvraag buiten behandeling omdat niet tijdig de gevraagde financiële gegevens werden aangeleverd. Appellant werd verzocht bewijs van inkomsten en een verklaring van vermogen te overleggen, maar deze gegevens werden niet binnen de gestelde termijn verstrekt.
Het bestuur nodigde appellant uit voor een hoorzitting, waarbij appellant verzocht om telefonisch gehoord te worden. Hoewel het bestuur hieraan niet standaard voldeed, werd een uitzondering gemaakt en werd appellant op een afgesproken tijd telefonisch benaderd, maar hij was niet bereikbaar. De Raad oordeelde dat het bestuur voldoende gelegenheid tot horen had geboden en dat er geen schending van de hoorplicht was.
De Raad bevestigde dat het bestuursorgaan op grond van de Awb bevoegd is een aanvraag buiten behandeling te stellen indien noodzakelijke gegevens niet worden verstrekt, mits de aanvrager gelegenheid heeft gehad deze aan te vullen. Appellant had niet tijdig de gevraagde gegevens overgelegd, waardoor het buiten behandeling stellen rechtmatig was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig overleggen van financiële gegevens; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.